Actieve behandelingen

De behandelingskeuze gebeurt in functie van de leeftijd.

In het algemeen worden «jonge» patiënten, jonger dan 65 jaar, anders behandeld dan oudere patiënten, 65-plussers.
De leeftijd van de patiënt is een belangrijk criterium, maar zijn algehele conditie heeft ook invloed op de behandeling. De biologische leeftijd is daarom belangrijker dan de chronologische leeftijd.

Jonge personen (jonger dan 65 jaar) ondergaan bij voorkeur een intensieve behandeling, gevolgd door een autologe transplantatie (intensieve chemotherapie gevolgd door toediening van eigen stamcellen of autotransplantatie).Omwille van de toxiciteit van deze behandeling komen enkel patiënten in goede lichamelijke conditie in aanmerking voor deze behandeling.

Bij patiënten ouder dan 65 jaar wordt deze behandeling omwille van de toxiciteit doorgaans niet voorgesteld. Patiënten die niet in aanmerking komen voor transplantatie, krijgen andere actieve behandelingen.


Wat zijn de behandelingsmogelijkheden in eerste lijn als u transplantatiekandidaat bent?

Er zijn twee typen transplantatie: men spreekt van autologe transplantatie of autotransplantatie als uw eigen stamcellen voor de transplantatie gebruikt worden. Als de cellen afkomstig zijn van een donor spreekt men van allogene transplantatie.

Autotransplantatie

Deze gebeurt in vier stappen:

  • Inductiebehandeling met chemotherapie om de ziekte in remissie (onder controle) te brengen. Deze behandeling kan enkele maanden duren
  • Oogsten van stamcellen door middel van cytaferese (celafname).
  • Toediening van hoge dosissen chemotherapie (melfalan) om de overblijvende tumorcellen uit te roeien. Deze behandeling is zeer toxisch voor het bloedvormende beenmerg en dus voor de aanmaak van witte en rode bloedcellen en bloedplaatjes
  • Toediening van de eerder geoogste stamcellen om de aanmaak van bloedcellen te herstellen.

De aanmaak van bloedcellen herstelt zich na ongeveer 2 weken en het ziekenhuisverblijf duurt doorgaans 2 tot 4 weken. Bij patiënten met een partiële respons kan een tweede autotransplantatie uitgevoerd worden.
De chemotherapiën voor inductiebehandeling worden voor het oogsten van stamcellen toegediend. Deze zijn de afgelopen 20 jaren sterk verbeterd.

  • Het VAD-schema (Vincristine, Adriamycine en Dexamethason), opgesteld in de jaren ’80,dat intraveneus toegedient wordt, vormde een alternatief voor het MP- of CP-schema (MP: melfalan/prednison en CP: cyclofosfamide of Endoxan/prednison)
  • De combinatietherapiën van de nieuwe moleculen (thalidomide Celgene, Velcade, Reclimid) met dexamethason zijn aantoonbaar beter beter dan VAD. De volgende combinaties zijn mogelijk: TD (thalidomide/dexamethason), VD (velcade/dexamethason), VTD (velcade/thalidomide/dexamethason), RD of Rd (Revlimid/dexamethason).
    Deze zijn de neiuwe standaardbehandelingen

Deze nieuwe behandelingen geven een snelle respons en hoge responscijfers. TD en RD/Rd zijn orale behandelingen met een hoger risico van bloedklontervorming (DVT=diepe veneuze trombose), waarvoor bloedverdunners gegeven moeten worden.

Bij VD en VTD wordt Velcade intraveneus toegediend. Velcade en thalidomide geven een groter risico op neuropathie. Gezeien het risico van (her)actievatie van herpes zoster (zona), wordt bij een behandeling met Velcade een antiviraal medicijn (vb. aciclovir) voorgeschreven.


Allotransplantatie

Bij allogene transplantatie worden stamcellen geoogst uit het beenmerg of het perifere bloed van een donor, om ze later toe te dienen aan een patiënt. Deze donor kan een broer of zus zijn met hetzelfde weefseltype als de patiënt of eender welke donor met stamcellen die compatibel zijn met deze van de patiënt (niet-verwante donor).
Stamceltransplantatie met een donor heeft twee voordelen :

  • de getransplanteerde cellen zijn vrij van myeloomcellen (dus geen besmetting) en
  • het immuunstelsel van de donor kan de overblijvende zieke cellen (myeloomcellen) van de ontvanger herkennen en vernietigen.

Het nadeel van transplantatie met een donor is dat de immuuncellen van de donor het organisme van de ontvanger als "vreemd" of "oneigen" kenmerken. Dit kan een ernstige verwikkeling veroorzaken, met name "graft versus host reactie" (=transplantaat tegen gastheer/ontvanger ziekte).

Deze ziekte kan levensbedreigend zijn. De meest getroffen organen zijn: de huid (huiduitslag, dermatitis), de lever (hepatitis, geelzucht) en het spijsverteringsstelsel (buikpijn, diarree). Er kunnen één of meerdere organen getroffen worden.

Het risico op infectie na een allogene transplantatie verhoogt door vele factoren. Uw arts zal u meer uitleg geven.

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden in eerste lijn als u geen transplantatiekandidaat bent ?

Chemotherapie heeft als doel de ziekte af te remmen en te controleren. Deze therapie brengt mogelijk uw ziekte onder controle (in remissie)

Tientallen jaren lang bestond de eerstelijnsbehandeling bij niet-transplantatiekandidaten enkel uit de combinatie van melfalan (chemotherapie) met prednison (corticoïde), afgekort MP.

Deze aanpak veranderde aanzienlijk met de komst van de nieuwe moleculen, zoals thalidomide, bortezomib (Velcade) en lenalidomide (Revlimid).
Heden worden Velcade (Bortezomib) of Thalidomid (Thalidomide) gecombineerd met MP als eerstelijnsbehandeling. Deze nieuwe combinaties geven betere responscijfers en een betere overleving dan MP.

De schema’s MPT (Melfalan, Prednison, Thalidomide) of MPV (Melfalan, Prednison, Velcade®)  zijn vandaag referentiebehandelingen voor personen ouder dan 65 jaar. Met MPT moet soms een preventieve behandeling tegen trombose gebruikt worden door de toediening van aspirine of heparine.

De schema’s MPR (Melfalan, Prednison, Revlimid) en RD (Revlimid, dexamethason) bieden eveneens beloftevolle resultaten in klinische studies. Een preventieve behandeling tegen trombose is ook hier gebruikelijk.
 
De eerstelijnsbehandeling wordt gedurende ongeveer één jaar tot 18 maanden voortgezet of tot de respons op behandeling een plateau bereikt of stabiliseert. U kunt dan opgevolgd worden zonder een behandeling te krijgen. Eventueel kan een onderhoudsbehandeling overwogen worden.

CHEMOTHERAPIE

Geneesmiddelen gebruikt bij chemotherapie zijn scheikundige producten gericht op het vernietigen van kankercellen. Het zijn behandelingen die alle sneldelende cellen in het lichaam aanvallen. Groeiende myeloomcellen worden door deze geneesmiddelen vernietigd. Intraveneuze of orale toediening van deze geneesmiddelen schakelt dus een deel van de kwaadaardige plasmacellen uit en beperkt hun groei.

Deze stoffen werken echter ook in op de andere sneldelende lichaamscellen (haarcellen, darmcellen, bloedcellen), wat tevens hun bijwerkingen verklaart.

Tijdens de laatste jaren werden verschillende nieuwe geneesmiddelengroepen ontwikkeld. Deze nieuwe geneesmiddelen hebben een ander werkingsmechanisme dan de klassieke chemotherapie. Onderzoek stelde vast dat de combinatie van oude geneesmiddelen voor chemotherapie met deze nieuwe geneesmiddelen de werkzaamheid en responsduur van de therapie verbetert.

Daarom combineren de meeste behandelingsschema’s meerdere geneesmiddelen van verschillende families.

Bij de behandeling van multipel myeloom blijken bepaalde cytostatica (geneesmiddelen die de celgroei remmen = chemotherapie), met name de alkylerende geneesmiddelen, bijzonder doeltreffend. Het zijn deze alkylerende middelen, zoals melfalan of cyclosfosfamide, die gecombineerd worden met geneesmiddelen zoals cortisone en de nieuwe geneesmiddelen (thalidomide, Revlimid, Velcade).

Elk geneesmiddel heeft zijn kenmerkende bijwerkingen en eenzelfde type chemotherapie kan uiteenlopende reacties opwekken bij verschillende patiënten. De meeste bijwerking en zijn van korte duur. Ze kunnen doorgaans met gepaste medicatie bestreden worden en verdwijnen vaak van zodra de behandeling wordt beëindigd.

De vaakst voorkomende bijwerkingen met chemotherapie zijn misselijkheid en braken. Andere mogelijke bijwerkingen zijn anemie (moeheid), daling van het aantal witte bloedcellen (infectierisico), daling van het aantal bloedplaatjes (bloedingsrisico), slijmvliesontsteking (aften, diarree), haaruitval, toxiciteit van het zenuwstelsel. De meeste bijwerkingen duren niet langer dan de chemotherapie.

Uw behandelende arts zal u zeggen welke geneesmiddelen in aanmerking komen voor uw chemotherapie en hoe ze gecombineerd zullen worden. Hij/zij zal u de mogelijke bijwerkingen uitleggen alsook hoe u ze kunt vermijden of verzachten.

 

THALIDOMIDE  (Thalidomide Celgene)

Thalidomide is een stof uit de groep der immunomodulatoren (IMIDs). Het heeft een ingewikkeld werkingsmechanisme.  Het blokkeert het ontstaan van kankercellen op verschillende manieren: door onderbreking van het contact tussen kankercellen en cellen uit hun omgeving (het stroma), door onderdrukking van de productie van stoffen die noodzakelijk zijn voor de groei van myeloomcellen (cytokines) en door remming van de vorming van nieuwe bloedvaten binnenin de tumor. Dankzij zijn immuunmodulerend effect stimuleert  thalidomide ook gespecialiseerde cellen van het immuunsysteem (het verdedigingsstelsel van het lichaam) om de kankercellen aan te vallen. Dit kan de myeloomcellen helpen vernietigen en de ziekte-evolutie vertragen.
Het wordt gebruikt als eerstelijnsbehandeling of in latere lijnen als het myeloom niet gereageerd (refractair myeloom) of teruggekomen is (recidiverend myeloom) na een eerdere behandeling met medicatie.
Thalidomide kan worden toegepast maar wordt meestal samen met andere geneesmiddelen aangewend, zoals dexamethasone, prednisone of chemotherapie (melfalan, endoxan).
Thalidomide wordt in capsulevorm ’s avonds ingenomen, omdat het slaperigheid en draaierigheid kan veroorzaken. De dosering of het aantal capsules per dag wisselt naargelang thalidomide alleen of samen met andere geneesmiddelen wordt gebruikt. De dosering hangt ook af van de individuele verdraaglijkheid van het geneesmiddel.
Behandeling met thalidomide kan gepaard gaan met bijwerkingen zoals slaperigheid, perifere neuropathie met paresthesie (onprettig prikkelend, tintelend of brandend gevoel) die pijnlijk kan zijn of kan leiden tot verminderde gevoeligheid in de handen od voeten, constipatie, leukopenie (daling van het aantal witte bloedcellen), trombocytopenie (daling van het aantal bloedplaatjes), annemie (daling van het aantal rode bloedcellen), perifeer oedeem (zwelling, meestal van de benen) en moeheid.
Trombose kan een andere belangrijke bijwerking zijn. Bij trombose wordt een bloedklonter gevormd in een bloedvat, die zo een ader (veneuze trombose) of een slagader (arteriële trombose) verstopt.

U  arts of verpleegkundigen onmiddellijk waarschuwen in geval van bijwerkingen. Een eventuele dosisaanpassing moet beslist worden door een arts.

 

BORTEZOMIB (Velcade)

Velcade of bortezomib is het eerste middel van een nieuwe groep geneesmiddelen die proteasoomremmers worden genoemd. Het blokkeert het proteasoom, een systeem binnen in de cellen dat instaat voor de vernietiging van eiwitten die de cel niet langer nodig heeft. Kankercellen van het myeloom breken bepaalde eiwitten af en maken daarmee kleine stoffen, met name peptiden aan, die de groei van kwaadaardige plasmacellen bevorderen en zorgen dat ze niet afsterven. Wanneer bortezomib de afbraak van de eiwitten van de plasmacel onderdrukt, worden de tumorcellen getroffen en sterven ze af.
Het kan toegediend als inductiebehandeling of als eerstelijnsbehandeling bij patiënten die geen kandidaat zijn voor autotransplantatie, in combinatie met melfelan en prednison of met thalidimide en dexamethason alvorens een autotransplantatie wordt uitgevoerd.
Bij herval (recidive) kan het worden gebruikt samen met dexamethason of met andere geneesmiddelen (thalidomide, Revlimid, alkylerende stoffen).
Bortezomib wordt intraveneus (via de aders) toegediend.
De vaakst voorkomende bijwerkingen met Velcade zijn de volgende: infectie met virussen van de herpesfamilie (herpes, zona), trombocytopenie  (daling van het aantal bloedplaatjes), perifere neuropathie met paresthesie (onprettig prikkelend, tintelend of brandend gevoel) die pijnlijk kan zijn of kan leiden tot verminderde gevoeligheid in de handen of voeten, het gevoel van koude voeten of handen terwijl ze wel warm aanvoelen, bloeddrukval bij het rechtop komen (duizeligheid), misselijkheid, diarree, braken, constipatie en moeheid
. Minder vaak kan de behandeling myalgie (spierpijn), hoofdpijn, dyspneu (moeilijk ademen), anemie (daling van het aantal rode bloedcellen), neutropenie (daling van het aantal neutrofielen, een type witte bloedcellen dat infecties bestrijdt) en het ontbreken van eetlust veroorzaken.

U moet uw arts of verpleegkundigen onmiddellijk waarschuwen in geval van bijwerkingen. Een eventuele dosisaanpassing moet beslist worden door een arts.

 

LENALIDOMIDE (Revlimid)

Net zoals thalidomide is ook lenalidomide een immunomodulator (IMID).
Lenalidomide werkt op verschillende manieren in op een multipel myeloom. Het blokkeert de vorming van tumorcellen, verhindert de groei van bloedvaten in de tumoren en stimuleert ook gespecialiseerde cellen van het immuunstelsel  zodat ze kankercellen aanvallen.
Het wordt gebruikt in combinatie met dexamethason als behandeling voor patiënten met multipel myeloom die minstens één eerdere behandeling hebben gekregen.
Lenalidomide wordt oraal (via de mond) toegediend onder de vorm van capsules en wordt éénmaal per dag ingenomen.
De vaakst waargenomen bijwerkingen met Revlimid zijn de volgende: moeheid, neutropenie (daling van het aantal neutrofielen, een type witte bloedcellen dat infecties bestrijdt), constipatie, diarree, spierkrampen, anemie, (daling van het aantal rode bloedcellen), trombocytopenie (daling van het aantal bloedplaatjes in het bloed), opvliegers.
Trombose kan een andere belangrijke bijwerking zijn. Bij trombose wordt een bloedklonter gevormd in een bloedvat, die zoeen adere (veneuze trombose) of een slagader (arteriële trombose) verstopt.

U  arts of verpleegkundigen onmiddellijk waarschuwen in geval van bijwerkingen. Een eventuele dosisaanpassing moet beslist worden door een arts.

  • Enquête onderzoek WM en MM online

    Deze kan je ook hier invullen.

    Lees meer
  • Presentatie Waldenström online

    dr. Natalie Put

    Lees meer
  • Mogelijkheid tot tegemoetkoming

    Kankerfonds van Kom op tegen Kanker

    Lees meer
  • Ons jaarlijks symposium te Hasselt

    Bedankt voor jullie talrijke aanwezigheid...

    Lees meer
  • Afscheid uit raad van bestuur.

    Waldo en Kahlo

    Lees meer
Archief
Bestanden voor onze medewerkers
Doe een gift
Steun CMP Vlaanderen vzw
Nieuwsbrief

Schrijf je nu in op onze CMP Nieuwsflash en blijf op de hoogte van al onze artikelen

De pessimist klaagt over de wind de optimist verwacht dat die draait en de realist stelt de zeilen bij.
Suzzy
Met geluk is het net als met gezondheid: als je er niets van merkt, betekent dat dat het er is.
Jozef
De ziekte is vernoemd naar de Zweedse internist J.G. Waldenström.
Andy